« Gastenboek » Beertje
Een vereniging uit de omgeving van Nijkerk had voor de jaarlijkse bijeenkomst met warm eten het stoomgemaal in Nijkerk als locatie gekozen en mij aangeworven als komisch toetje. Omdat van het programma een demonstratie van het gemaal deel uitmaakte werd de stoomketel flink opgestookt. Deze ketel besloeg het grootste gedeelte van de ruimte waarin de bijeenkomst zich zou afspelen. Omdat dit nu juist de warmste oktoberdag sinds 1913 was, diende ik mijn digitale piano, alsmede de licht- en geluidsinstallatie op te bouwen bij een binnentemperatuur van circa 32 graden. Het speelvlak besloeg ongeveer 1 m2, zodat ik ook de mededelingen tussen de liedjes door vanaf de pianokruk ten gehore moest brengen.
Spelen voor een vereniging is niet vrij van het risico dat een aantal aanwezigen liever met elkaar zou praten, dan te luisteren naar een cabaretier. Spelen voor mensen die al enkele uren hebben besteed aan eten en drinken is niet vrij van het risco dat een aantal aanwezigen jolig en overmoedig is geworden en gaat proberen leuker te zijn dan de dienstdoende grappenmaker.
Niets van dat alles: het was een heerlijk optreden, de sfeer was buitengewoon plezierig en de dames en heren hadden schik in mijn bijdrage aan de avond.
Fijn voor je!! Niets erger dan een zaal die leuker probeert te zijn dan een cabaretier…gil
Nee, een zaal die leuker wil zijn dan de cabaretier is niet leuk.
Feit is wel dat deze aversie wel kan doorslaan.
Ikzelf zie vaak van situaties de leuke kant in. Die ventileer ik soms. In een gewoon gezelschap is dat geen probleem. Wil je echter een cabaretier in zo’n gedachtenkronkel van je laten delen dan valt dat meestal niet in goede aarde. Hij/zij denkt dan dat je leuk wil zijn, c.q. grappiger dan de cabaretier. Ik heb heb het dus over een bilateraaltje als je na afloop nog wat met hem/haar praat of zoiets. Ik hou mijn invallen, als die invallen als ik met een cabaretier aan tafel zit, dus voor mezelf. Als ik ze later nog herinner schrijf ik ze eventueel op en kunnen ze veel later misschien nog eens aan de buitenwereld getoond worden. Maar waarschijnlijk blijven ze gewoon in die la liggen.
Jolig zijn is erg, grappiger dan de grappenmaker is erg, maar in beide gevallen luisteren ze nog min of meer…
Wel een verhaal met een anticlimax. Ben je de lezer net aan het opwarmen voor de Grote Catastophe, gepaard met het Grote Lijden Des Cabaretiers, en dan blijkt alles gewoon goed af te lopen!