Vorige week werd ik gebeld met de vraag of ik (in Amsterdam) mee wilde doen aan een casting. Ik zou een Twentse boer met weinig tekst moeten spelen. Nu hebben Twentse boeren in de regel van nature al weinig tekst, dus het leek me een zwijgzaam type, waarbij mijn niet autochtone Twents misschien net door de beugel zou kunnen. Met een koffer vol kleren die een boer zou kunnen dragen en een paar klompen, reed ik naar Amsterdam. Die attributen konden ongebruikt weer achter in de Berlingo. Samen met twee anderen moest ik een potje improviseren. In het dagelijks leven improviseer ik mij heel redelijk door de maatschappij, maar voor de camera, met een paar jongens die reuze hun best doen, kwam ik niet veel verder dan een paar in Twentsiamento gemompelde zinnen, die ik slechts uitbracht onder invloed van de dwingende blik van de casting-director. Ik ben thans nog gebonden aan geheimhouding, maar als het spotje over een tijdje op de tv komt zal ik je laten weten welke rol ik had kunnen krijgen als ik het beter had gedaan.
als ze jou niet nemen maken ze een vergissing, dat doen ze wel vaker, zulke lui.
Potverdikkie. Wat stom van die lui.
(Hee, Renesmurf zei ook ‘lui’.)
ik ben reuze benieuwd ![]()