« Pakhuis Hoorn » Studio Boschlucht
Ik was een jaar of tien toen Pake en Beppe in Kootstertille waterleiding kregen. Daarvoor kwam het drinkwater uit de pomp. De waterleiding werd van overheidswege aangelegd, want er was natuurlijk niets aan te verdienen in zo'n klein dorp. Gas, water en electra werden geleverd door de nutsbedrijven, vanuit de opvatting dat iedereen recht had op deze voorzieningen, ook als de individuele aansluiting niet rendabel zou zijn. Ten aanzien van het openbaar vervoer, de posterijen, de telegrafie en telefonie gold het zelfde uitgangspunt.
Ik heb, in mijn hoedanigheid van consumemt, de liberalisering van deze voorzieningen mogen meebeleven. Er komt nog steeds water uit de kraan, gas in de cv en electriciteit uit de wandcontactdozen. In die zin is er niets veranderd. Ons abonnement op de Gaswacht hebben we een aantal jaren betaald aan Essent en nu is het weer de Gaswacht. De storingsmonteur is nog steeds dezelfde. We betalen nu aan Oxxio vor het verbruik en aan Nuon voor het transport. Of we er financieel beter op geworden zijn kan ik niet meer bekijken. Ik laat het nu verder maar zo.
Water, gas en electra komt nog steeds via dezelfde buizen en kabel ons huis binnen. Maar elke dag rijden er auto's van drie tot vier verschillende bedrijven over ons landweggetje om post en pakjes te bezorgen. En nu moet TNT bezuinigen. Wie is er nou uiteindelijk beter geworden van de liberalisering? De maatschappij? Of alleen de topfunctionarissen die na een jaartje bleken het toch niet zo goed te kunnen als andere topfunctionarissen hadden gehoopt? Iets zegt me dat er per saldo vooral verliezers zijn.
Het probleem is dat niemand weet waar de gulden middenweg ligt tussen onversneden communisme (de Staat is alles) en onversneden kapitalisme (de markt is alles). De spoorwegen, de post, de telefoon, de nutsvoorzieningen? Horen die nu vrij te zijn of niet? Gevolg: er wordt mee ge-experimenteerd. Anders gezegd: er vinden moeizame omvormingen plaats, die met veel problemen en aanpassingen gepaard gaan. De hoop (maar niet de verwachting) is dat toekomstige regeringen de wijsheid zullen vinden om het stof de tijd te geven neer te dwarrelen. Wellicht komen we er dan achter of het een goed idee was om – bijvoorbeeld – de posterijen te privatiseren.
Op het moment dat ik erachter kwam dat ik m’n NS-kortingskaart niet meer kon gebruiken in de Interliner (die toch was bedoeld als trein op de weg bij gebrek aan spoor) en die daardoor wegens onrendabelheid moest opzeggen (een avontuur op zich), wist ik al dat er iets vreselijk fout ging qua privatisering in dit land. Inmiddels heet de Interliner Qliner en ben ik het spoor bijster. Callcentermedewerkers van energiebedrijven hebben meestal niet terug van de mededeling dat wij bewust hebben gekozen voor groene stroom én groen gas (hoe idealisme van pas kan komen!), maar om vast te stellen via welke aanbieder je het goedkoopst kan bellen of ADSL-en, en dan zodanig dat de boel ook nog blijft werken, moet je minimaal bedrijfseconomie op HEAO-niveau hebben gestudeerd. Daarom pleit ik voor groene telecomdiensten, en dan bedoel ik dus niet KPN-groen.
Ik dacht dat een nutsbedrijf handelt in candybars
Lastig is ook dit: privatiseren levert de overheid geld op, hernationaliseren kost miljarden. De problemen moeten dus wel heel groot zijn voordat een regering daartoe besluit.
Zelf vind ik marktwerking vooral heel vermoeiend. En soms vraag ik me ‘what’s next’ (om een kwaliteitsdagblad te citeren): concurrentie in het uitbaten van stranden? Waarom niet? Van stoepen? Lach maar: bedrijven die voor vijf jaar een licentie krijgen om de stoepen te onderhouden, dat is niet gekker dan een licentie om vijf jaar lang de bussen in een bepaalde regio te mogen rijden.
Ik word alweer moe bij de gedachte.
De liberalisering zorgt voor semi-collectieve middelen. Iedereen mag er gebruik van maken, maar het is niet voor iedereen bereikbaar.