Zaterdag vierde mijn zus haar zestigste verjaardag met een buffet in een gerenommeerd Chinees restaurant in de voormalige veenkolonie Drachten. Wij werden met ons zesendertigen geplaatst in een zaaltje voor 30 personen, zodat het contact met de naastgezetenen intens was en rouleren schier onmogelijk. Dat was niet erg, want het bonte gezelschap genodigden bestond uit enkele deelgroepen, die elkaar niet eerder hadden ontmoet. Hoewel dit al de zestigste verjaardag van mijn zus was die ik bijwoonde (ik herinner me niet dat ik ooit heb overgeslagen, maar mocht dat wel het geval zijn, dan weet zij het vast nog wel) en toch kende ik slechts een derde van de aanwezigen.
Het buffet werd juist buiten ons zaaltje opgebouwd en al snel bleek, tot verbijstering van vooral mijn zus, hoewel wij er ook wel enigszins van opkeken, dat een belendende groep ook van dit buffet gebruik zou maken. De uitbater legde vrolijk uit dat dit juist de regelmatige verversing der gerechten zou bevorderen en dat werd ook wel degelijk waar gemaakt. En het voedsel was van uitmuntende kwaliteit, daar was niets op aan te merken. Toch vind ik het altijd al enigszins onplezierig als andere mensen boven mijn eten staan te ademen (over hoesten zal ik het dan maar niet eens hebben), maar als dat dan ook nog volslagen vreemden zijn dan wordt mijn genoegen er niet door aangewakkerd.
Mijn andere zus vertolkte een lied van eigen hand op de melodie Mijn opa van Harrie Bannink. Ik had haar beloofd de begeleiding op me te nemen, maar moest dat door de plaatselijke omstandigheden op accordeon doen. Harrie Bannink heeft talrijke prachtliedjes gecomponeerd, die simpel klinken maar vaak nog wel enigszins ingewikkeld in elkaar zitten. Zo vergt Mijn opa meer bekwaamheden van de linkerhand der accordeonist dan ik in drie dagen oefenen had weten te bereiken. Zus liet zich echter niet uit het veld slaan en zong moedig door, ook waar ik haar niet muzikaal ondersteunde. En de toegezongene was slechts geïnteresseerd in de tekst, dus alles kwam goed.