Stemacteur

Voice-over, commercials

Cabaretier

Mooie tijden

Kijk en luister:


RTV Boslucht

Schrijf in voor de nieuwsbrief!









Buienradar.nl

De Razende Bol

« Schaken | Home | Oud »

Wintervertelling

Zaterdag 06 December 2008 at 5:11 pm.

     Van zijn werkplek naar de rijwielstalling was het twee minuten lopen. Naar zijn woning was het negen minuten fietsen. Het was 23 december, het vroor en er woei een straffe oostenwind. Johannes opende om elf over vijf de deur van zijn tuinschuur, om zijn rijwiel binnen te zetten. Hij sloot het schuurtje af en betrad via de keukendeur zijn huis. Johannes haalde een stoommaaltijd uit de koelkast en plaatste die in de magnetron. Over acht minuten zou zijn diner gereed zijn. Hij legde een placemat op tafel, waarop hij een bord en bestek zette. Hij had Evelien wel willen uitnodigen voor een etentje in een restaurant, maar dat was hem eigenlijk wat te duur en hij verwachtte niet dat ze erg onder de indruk zou zijn van een in de magnetron bereide stoommaaltijd, dus had hij haar gevraagd voor een kopje koffie. Om acht uur zou ze komen, dus hij had genoeg tijd om nog even aan zijn scheepsmodel te werken.


     Al ruim tien jaar was het bouwen van houten modelschepen zijn enige passie.  Iedere avond besteedde hij drie uur aan houtsnijwerk, lijmen en schilderen. Als hij een zeilboot bouwde naaide hij ook de zeilen zelf, met de oude Pfaff naaimachine van zijn moeder, die nu al vijf jaar dood was. Zijn moeder dan, want de Pfaff leek onverwoestbaar. Hij had inmiddels 12 zelf gebouwde scheepsmodellen, die stonden uitgestald op planken in zijn tot werkkamer verbouwde bijkeuken.

     Johannes had spritsen gekocht, om te kunnen trakteren bij de koffie. Zelf nam hij nooit iets bij de koffie, maar hij dacht dat meisjes dat altijd wel graag wilden. En voor het geval Evelien na de koffie nog bleef had hij een heerlijke fles Lambrusco in de koelkast staan, alsmede een puntje brie. Ja, aan hem zou het niet liggen. Ruim een half jaar geleden had hij voor het eerst met Evelien gepraat bij het afscheid van een wederzijdse collega. Hij vond haar meteen aardig. Ze was niet echt mooi, maar ze was heel vrolijk en ze lachte ook heel mooi. Vooral als ze zelf iets leuks gezegd had, want hij was niet zo’n grappenmaker. Eigenlijk was hij wat aan de stille kant, maar door Eveliens’ opgewekte gebabbel liet hij zich toch af en toe verleiden tot het zeggen van enkele woorden.

     Nadat hij de keuken had opgeruimd ging hij nog even naar zijn werkkamer. Op de werkbank stond de viskotter te wachten op het aanbrengen van het dek. Het binnenwerk was helemaal klaar. Even stond hij stil naar het schip te kijken. Hij hield van de lijnen van een mooie boot en hij vond het maar een wonder dat hij had geleerd hoe je dat met vrij simpele gereedschappen voor elkaar kon krijgen. Geduld, ja, geduld was de belangrijkste eigenschap die je daarvoor nodig had. En geduld had hij.

     Na dat eerste gesprek met Evelien had hij haar nog een paar keer gesproken bij de koffieautomaat of in het bedrijfsrestaurant en vorige week besloot hij plotseling haar uit te nodigen voor een kopje koffie bij hem thuis. Dat ze daar misschien verkeerde bedoelingen achter zou zoeken kwam niet eens bij hem op, omdat hij aan verkeerde bedoelingen nog lang niet toe was.

     Om tien voor acht besloot hij koffie te gaan zetten. Evelien werkte op de crediteurenadministratie, dus ze zou wel op tijd zijn. Precies om acht uur klonk de bel en hij deed open.

     “Hallo, daar ben ik dan,” zei Evelien, geheel naar waarheid. “Het was koud op de fiets, joh. Mijn handen zijn bijna bevroren.”

     “Nou, gelukkig is het hier warm,” antwoordde hij. Heel kort meende hij een lichte trilling in zijn stem te horen en hij realiseerde zich dat hij wel een beetje nerveus was. Hij nam haar jas aan,  hing die aan de kapstok en wees haar de weg naar de woonkamer.

     “Hé, wat leuk, een houtkachel. Dat is pas echt lekker om weer warm te worden. Gebruik je die vaak?” vroeg Evelien enthousiast.

     “Ach, eigenlijk alleen als er iemand is die dat gezellig vindt.”

Johannes nam af en toe wel wat haardhout mee als hij bij zijn vader op bezoek was geweest, maar hij kwam er nooit toe om in zijn eentje een vuurtje te stoken. En er kwam maar zelden iemand op bezoek die daarom vroeg. Hij zou zo eens kijken of hij nog wat houtblokken en aanmaakblokjes had, maar eerst was het tijd voor de koffie.

     “Blief je een sprits? vroeg hij, nadat hij had geïnformeerd hoe ze de koffie gebruikte. Dat wilde ze wel. Evelien vertelde enkele gebeurtenissen van haar kantoordag, terwijl hij opmerkte dat zich in haar truitje rondingen bevonden die hem nog meer aanspraken dan de fraaie lijnen van zijn bootjes. Hij schrok van zijn frivole gedachten, die hij anders nooit had, en stond op om hout en aanmaakblokjes te halen.

     Hij kwam terug met vier flinke blokken en een paar kleinere stukjes. Dat was alles. Aanmaakblokjes had hij wel genoeg, dus daarmee bedekte hij eerst maar eens de bodem van de kachel. Daarna maakte hij een mooie piramide van de stukken hout en stak hij de blokjes aan. Binnen vijf minuten laaide het vuur uitbundig achter de glazen ruit van de kachel. Evelien schurkte zich behaaglijk op de bank en koesterde zich in de warmte die de kachel uitstraalde.

     “Dit is zó heerlijk,” fluisterde ze. “Zo’n vuur verwarmt me niet allen van buiten, maar ook van binnen.”

     Johannes schonk nog een tweede kop koffie in en ging weer in zijn stoel zitten. Het vuur zou over een kwartier minder worden, wist hij uit ervaring. Het leek hem op dit moment van groot belang het vuur brandende te houden, mede met het oog op de frivole gedachtestroom die bezit begon te nemen van zijn brein.

     “Ik ga nog wat hout pakken,” zei hij en liep naar zijn werkkamer. Hij had nog maar weinig ongebruikt hout, maar, zo dacht hij, die eerste paar modellen die ik maakte waren toch niet echt naar mijn zin. Als ik die nou in de kachel gooi brandt hij weer een tijdje en heb ik meteen wat meer ruimte voor de beter geslaagde scheepjes. Zo gezegd, zo gedaan. Hij pakte een trawler en een sleepboot, schoof de in aanbouw zijnde kotter aan de kant en bracht met behulp van een hamer de bootjes terug tot brandhout. Terwijl hij stevig aan het slaan was, ging de deur open en kwam Evelien binnen.

     “Ik kwam even kijken wat je voor lawaai maakte, dat vind je toch niet erg, hè? Tjeetje, wat een mooie boten. Spaar je die, of zo?”

     “Die heb ik zelf gebouwd,” zei Johannes. Vind je ze echt mooi?”

     “Ja, prachtig. En wat een werk moet dat geweest zijn. Maar ben je nou bootjes aan het stuk slaan?”

     “Nou ja, die waren niet zo goed gelukt, dus ik dacht dan doe ik die in de kachel, dan blijft het nog even lekker warm.”

     Samen liepen ze terug naar de kamer. Johannes voerde de kachel zijn scheepswrakken en Evelien ging weer op de bank zitten, maar ze leek zich minder op haar gemak te voelen dan kort tevoren.

     “Heb je zin in een glaasje wijn?”

     “Ja, dat is goed,” antwoordde ze. Echt enthousiast klonk het niet, maar misschien verbeeldde hij zich dat alleen maar.

     Hij draaide de fles Lambrusco open, vulde twee wijnglazen, pakte de brie uit en legde die op een kaasplankje. Het kaasmesje was door middel van een magneet aan het plankje verbonden. Met in zijn linkerhand twee wijnglazen en in zijn rechterhand het kaasplankje kwam hij de kamer weer in. Evelien staarde in het vuur en vroeg:

     “Vind je dat nou niet zonde, om die bootjes, waar je zoveel tijd aan hebt besteed, te verbranden?”

     Hij legde uit dat hij zich al jaren aan deze mislukte bootjes had geërgerd en dat dit een mooie manier was om ze eindelijk op te ruimen. Ze reageerde niet en nam een slokje wijn. Even zag hij haar gezicht verstrakken, maar dat duurde zo kort dat hij dacht het zich te hebben verbeeld. Hij bood haar een stukje kaas aan, maar ze wilde nog even wachten.

     “Ik ga even naar de wc,” zei ze, “ik zag net al waar die is.”

     Hij knikte en sneed voor zichzelf een stukje kaas af. Had er misschien een toastje bij gemoeten, vroeg hij zich af. Nou ja, zo vond hij het ook wel lekker. En de wijn smaakte goed. Hij dronk eigenlijk nooit iets met alcohol, maar van Lambrusco hield hij wel. Het vlammenspel in de kachel leek wat minder te worden. Zou hij nog een scheepje moeten offeren? Ach wat, hij leefde maar eens, en als hij het vuurtje in Eveliens’ hart kon aanwakkeren zou dat nog wel eens heel veel waard kunnen blijken.

     Hij stond op en liep naar zijn werkkamer. Hij voelde een koude luchtstroom: de voordeur stond op een kier. Meteen zag hij dat de wc-deur niet op slot was. Haar jas hing niet meer aan de kapstok. Hij opende de voordeur en zag dat het sneeuwde. In de verse sneeuw tekenden de schoenafdrukken van Evelien zich duidelijk af. Ze was vertrokken.

     Hij sloot de deur en liep terug naar de kamer. Hij dronk de beide wijnglazen leeg, nam nog een stukje kaas en liep naar zijn werkkamer. Hij veegde de overgebleven splinters van de werkbank en gooide die in de vuilniszak. Daarna ging hij door met het snijden van de planken voor het dek van de kotter.

            Het is maar goed dat ik niet al mijn schepen heb verbrand, dacht hij, terwijl zijn laatste frivole gedachten hem verlieten.

drie reacties

Stel dat je een kritische reactie op prijs stelt, dan zou je kunnen overwegen verder te lezen:
Ik vind het een goedgeschreven, met suspense afgeladen verhaal, maar wel met een teleurstellend einde, niet omdat ze ‘elkaar niet krijgen’, maar omdat niet echt duidelijk is waarom ze ervandoor gaat. Vindt ze dat in elkaar hakken van die bootjes zo griezelig? Of heb ik te snel gelezen?

Jan B - 08-12-’08 14:24

@Jan B: Eerlijk gezegd is het verhaal wat snel in elkaar gezet voor een wedstrijd (gewonnen door drie anderen)en ik was aan de maximale lengte. Ik speel met de gedachte er nog eens een echt verhaal van te maken, waarin het meisje niet alleen vlucht voor de laffe Lambrusco, maar ook de aan waanzin grenzende bezetenheid waarmee Johannes de bootjes vernietigt.

Menno - 08-12-’08 14:44

Ja, maximale lengtes komen een verhaal meestal niet ten goede. Ik ben wel benieuwd naar de uitgebreide versie.
Ik hoop dat ze elkaar w?l krijgen, dat zou weer eens wat anders zijn. Nu weet ik bij het begin al: o, dat is weer zo’n losertype dat geheel ten onder gaat aan de liefde (even oneerbiedig gezegd).

verbal jam (URL) - 11-12-’08 00:32



(optioneel veld)
(optioneel veld)
Dit is om te voorkomen dat spamrobots het al te gemakkelijk hebben.
Persoonlijke info onthouden?
Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of e-mailadres in te typen.
 

Over

Dit weblog wordt aangedreven door PivotX en gehost door Pivothosting.

Links

Tagwolk

Categorieën

Archieven

Laatste Reacties

Allard Nicolai (Medisch bulletin): Je gezondheid gaat vooruit, het weer wordt goed en je kleinzoon Menno komt je graag helpen om aan je …
Hnk (Ooievaar): Gaaf hoor.
Mrk (Ooievaar): Mooie foto.
Aukje (Medisch bulletin): Dat is in ieder geval positief, het gaat de goede kant op!
Rietje (Uitslag): Pff had je bericht gemist, en durfde niet te vragen of je de uitslag al had gehad.. Fijn dat je thuis…
JanB (Ooievaar): Dat noem ik nog eens valse bescheidenheid. Het is een prachtfoto.

Zoek!

Dinges


XML: RSS Feed
XML: Atom Feed